Werken is vaak niet zonder risico’s. Of je nou als brandweerman of politieagent bloot staat aan brand of geweld, als zorgpersoneel aan gevaarlijke stoffen of als kantoormedewerker aan arbotechnisch slechte stoelen, werk kan letsel opleveren aan de werknemers en in sommige gevallen is de werkgever daarvoor aansprakelijk. Maar is dat ook zo als je als werknemer bewust had moeten zijn van risico’s en je desondanks je werk hebt uitgevoerd? In deze blog behandelen wij de eigen schuld van werknemers aan de hand van een uitspraak van de rechtbank Rotterdam.

Door mr. Mariska Kamsteeg

Wat is er gebeurd?
Een medewerker van een bedrijf dat specialiseert in het ontstoppen van o.a. toiletten en urinoirs kreeg een opdracht om een urinoir te ontstoppen. De eigenaar van het urinoir liet hem op voorhand weten dat hij het urinoir zelf had proberen te ontstoppen met ontstoppingskorrels. Tijdens de werkzaamheden is er water op de grond terechtgekomen waarin enkele van die korrels zaten of zijn gevallen. In het water en de korrels ontstond een chemische reactie. Toen de werknemer knielde in dit water om het urinoir aan de muur te bevestigen heeft hij hierdoor chemische brandwonden aan zijn knieën en enkels opgelopen. Hiervoor heeft hij op grond van artikel 7:658 BW zijn werkgever aansprakelijk gesteld.

Wat is het geschil
In deze procedure staat allereerst centraal hoe het ongeval precies heeft plaatsgevonden. Vragen als ‘wanneer kwam het water op de grond’ en ‘welke beschermingsmiddelen droeg de werknemer’ worden behandeld. Maar de rechtbank maakt daar snel korte metten mee. Ten aanzien van de stelplicht en bewijslast in het kader van artikel 7:658 BW geldt als uitgangspunt dat de werknemer dient te stellen en bij betwisting te bewijzen dat hij in de uitoefening van zijn functie schade heeft geleden. In het algemeen zal daartoe voldoende zijn dat komt vast te staan dat het ongeval hem is overkomen op de werkplek, waarbij het begrip werkplek ruim mag worden genomen. In het onderhavige geval is door werkgever niet betwist dat de werknemer op 19 oktober 2020 in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden, zodat dit als vaststaand wordt aangenomen. Het maakt dus niet uit hóe de schade precies is opgelopen.

Eigen schuld
In het geval vaststaat dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden, is de werkgever in beginsel aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij niet is tekortgeschoten in zijn zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW óf als hij bewijst dat  dat nakoming van zijn zorgplicht het ongeval niet zou hebben voorkomen óf dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. En daar zit dus de crux van de eigen schuld. Hoewel de werknemer wellicht beter had moeten weten dan te knielen in water waarin mogelijk ontstoppingskorrels zaten en wellicht niet alle beschermingsmaatregelen had gebruikt, dat is in het kader van werkgeversaansprakelijkheid onvoldoende om te spreken van eigen schuld van een werknemer. Er moet sprake zijn van opzet (willens en wetens bepaaalde handelingen uitvoeren) of van bewuste roekeloosheid. Van bewust roekeloos handelen is slechts sprake indien de werknemer zich tijdens het verrichten van zijn onmiddellijk aan het ongeval voorafgaande gedraging van het roekeloos karakter daarvan daadwerkelijk bewust is geweest.

Wat beslist de rechtbank
De rechtbank benadrukt dat artikel 7:658 BW juist is opgesteld om werknemers te beschermen door rekening te houden met het ervaringsfeit dat het dagelijks verkeren in een bepaalde werksituatie tot een vermindering van de raadzame voorzichtigheid leidt. Dat iemand “niet zo slim” bezig was, is dan ook onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van bewust roekeloos handelen. Ook als de werknemer dat zelf na afloop toegeeft wijst dit eerder op een besef achteraf, dan op een bewust roekeloze actie. Voor een bewust roekeloze actie is dus vereist dat de werknemer daadwerkelijk besefte dat hij in verband met de aanmerkelijke kans op het oplopen van chemische brandwonden niet met zijn knieën in het water op de grond moest gaan zitten. Dat dit het geval is geweest, kan vaak niet bewezen worden en dat wordt ook niet door deze werknemer of werkgever gesteld. Er kan dan ook niet van bewuste roekeloosheid van de werknemer worden uitgegaan.

Conclusie
Werkgeversaansprakelijkheid is in het leven geroepen om werknemers te beschermen tegen risico’s van buitenaf, maar soms ook tegen zichzelf. Het is de taak van de werkgever om consequent de risico’s van werkzaamheden te benadrukken en tegen te gaan. Een grote nadruk op eigen schuld van de werknemer past niet in deze beschermingsgedachte. Pas als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid is dat anders.

(Bron: Jeroen Bosch Advocaten)