Vorig jaar zijn er 2.357 slachtoffers gevallen bij een arbeidsongeval, 22 procent meer dan een jaar eerder. Veertig van hen zijn bij het ongeval overleden. Slechts een op de acht slachtoffers bij een arbeidsongeval is vrouw. Dat blijkt uit de Monitor arbeidsongevallen 2022 van de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Het aantal arbeidsongevallen is niet alleen groter dan in de coronajaren 2020 en 2021, maar ook groter dan in 2018 en 2019. Toen zijn ongeveer tweeduizend mensen slachtoffer van een arbeidsongeval geworden.

Ongevallen gebeuren vaak met machines of voertuigen. En in de industrie zijn er arbeidsongevallen met gevaarlijke stoffen die bijvoorbeeld brandwonden veroorzaken. Jongeren en stagiairs hebben iets meer kans op een arbeidsongeval met een machine dan andere werknemers.

Letsel
Bij ruim de helft van de arbeidsongevallen (51 procent) loopt het slachtoffer een botbreuk op. Volgens de Arbeidsinspectie past dit bij het veelvoorkomende type ongeval: een val van grote hoogte. Bij 27 procent van de slachtoffers is er sprake van wonden of uitwendig letsel en bij 16 procent komt er zelfs een amputatie aan te pas. In 2022 zijn veertig mensen overleden bij een arbeidsongeval.

Vaker mannen
Dat mannen vaker slachtoffer zijn komt deels doordat veel van de ongevallen gebeuren in sectoren waar relatief veel mannen werken, zoals de landbouw, bouw, bosbouw, visserij en industrie. In de horeca en de zorg raken wel meer vrouwen betrokken bij arbeidsongevallen.