Op 27 juni 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen waarin een hogere smartengeldvergoeding aan een slachtoffer van een mishandeling wordt toegekend, dan in de strafzaak is toegewezen. De uitspraak leest u hier.

mr. Nicole Verpaalen

Door mr. Nicole Verpaalen

Strafzaak
Slachtoffers van geweldsmisdrijven hebben verschillende mogelijkheden om hun schade te vorderen. Een daarvan is het indienen van een vordering in het strafproces. Een groot voordeel hiervan is dat in strafzaken de schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd. Wordt deze maatregel toegewezen, dan wordt de Staat belast met de incasso van de vordering bij de dader en wordt het bedrag als voorschot aan het slachtoffer uitgekeerd indien na acht maanden blijkt dat de dader de schadevergoeding niet of slechts gedeeltelijk aan het slachtoffer heeft voldaan.

Civiele zaak
Een slachtoffer van een geweldsmisdrijf kan ook een andere weg kiezen om zijn schade te verhalen, namelijk het civielrechtelijk traject. Een nadeel van dit traject is dat de schadevergoedingsmaatregel niet kan worden opgelegd door een burgerlijke rechter. In de meeste gevallen zijn daders van geweldsmisdrijven niet verzekerd voor het feit dat zij schade hebben toegebracht aan een slachtoffer en moeten zij zodoende zelf de schadevergoeding betalen. We zien dan ook geregeld dat een dader niet de financiële middelen heeft om de schadevergoeding te betalen. Om die reden verdient het vaak de voorkeur om de schade – in eerste instantie – te verhalen in het strafproces.

Mocht de strafrechter de gevorderde schadevergoeding niet volledig toewijzen, dan kan een slachtoffer alsnog een civiele zaak starten bij de burgerlijke rechter. Dat gebeurde ook in de onderhavige kwestie.

Arrest Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In de kwestie die speelde bij het Hof was door de strafrechter een smartengeldvergoeding toegewezen van € 3.750,00. Omdat het slachtoffer echter ernstig traumatisch schedelletsel heeft opgelopen, een operatie heeft moeten ondergaan en zo’n anderhalve maand opgenomen geweest in het ziekenhuis, vordert hij bij de kantonrechter een hogere smartengeldvergoeding. De kantonrechter wijst € 6.000,00 toe. Het slachtoffer gaat in hoger beroep tegen dit vonnis en licht toe waarom de smartengeldvergoeding volgens hem te laag is.

Het Hof overweegt aan de hand van verschillende omstandigheden – waarbij de opzet op het toebrengen van letsel zwaar wordt meegewogen – dat een smartengeldvergoeding van € 15.000,00 passend is. De dader dient dus nog een aanvullende schadevergoeding te betalen van (€ 15.000,00 – € 3.750,00 =) € 11.250,00.

Conclusie
In deze kwestie loonde het voor het slachtoffer om verder te procederen over de hoogte van het smartengeld. De vraag die echter rijst is in hoeverre – en met name wanneer – de dader kan voldoen aan de betalingsverplichting. Uit het arrest blijkt namelijk dat de dader onder bewind staat en de bewindvoerder zodoende de schadevergoeding aan het slachtoffer dient te betalen. In theorie kan het dus nog jaren duren voordat het slachtoffer krijgt waar hij recht op heeft. Met dergelijke omstandigheden dient zodoende rekening gehouden te worden voordat een civiele procedure wordt opgestart.

(Bron: Jeroen Bosch Advocaten)