Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft zich op 30 mei 2023 gebogen over de vraag of de blijvende whiplashklachten die een vrouw heeft overgehouden aan een verkeersongeval, zijn toe te schrijven aan dat ongeval. Daarover gaat deze blog van Sophie Zuidam. De uitspraak van het gerechtshof is op 8 juni 2023 gepubliceerd en kunt u hier teruglezen.

Door mr. Sophie Zuidam

Op 4 september 2003 stond een vrouw met haar auto stil voor een rood verkeerslicht, toen zij van achter werd aangereden. Allianz, de verzekeraar van de auto die het ongeval veroorzaakte, heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend en voorschotten uitgekeerd. Behoudens deze reeds uitgekeerde voorschotten weigert Allianz schadevergoeding te betalen.  Zij is namelijk van mening dat de blijvende klachten en/of beperkingen die het slachtoffer nog steeds ervaart, niet in causaal verband staan met het ongeval.

Het slachtoffer heeft van de neuroloog de diagnose Whiplash Associated Disorder graad I tot II gekregen. Zij kampt namelijk, zo blijkt uit de medische informatie, sinds het ongeval met nek- en hoofdpijnklachten, wat bewegingsbeperkingen en cognitieve belemmeringen tot gevolg heeft. Het slachtoffer is naar eigen zeggen volledig arbeidsongeschikt en heeft geen verdienvermogen meer.

Oordeel rechtbank
De rechtbank heeft op 24 augustus 2016 geoordeeld dat het slachtoffer voldoende heeft onderbouwd dat zij haar gestelde klachten heeft. Volgens de rechtbank is er sprake van een consistent, consequent en samenhangend klachtenpatroon. Daarnaast heeft de neuroloog op basis van de klachten van het slachtoffer de diagnose Whiplash Associated Disorder gesteld. Die diagnose heeft hij na kennisneming van het neuropsychologisch rapport gehandhaafd. Volgens de rechtbank is het onwaarschijnlijk dat de neuroloog tot deze diagnose was gekomen indien er, zoals Allianz stelt, aanwijzingen zouden zijn dat de klachten niet bestonden.

De rechtbank heeft vervolgens overwogen dat een verzekeringsgeneeskundige diende te worden benoemd om het belastbaarheidsprofiel van het slachtoffer vast te stellen. Bij vonnis heeft de rechtbank op 19 oktober 2016 een deskundige benoemd. Het rapport van de verzekeringsarts hield in de kern in dat het slachtoffer nek- en hoofdpijnklachten ervaart, maar dat dit haar niet moet beperkingen ten aanzien van de werkduur per dag of per week. De rechtbank oordeelt vervolgens dat het slachtoffer niet zodanig beperkt is dat zij volledig arbeidsongeschikt is als gevolg van het ongeval. De vordering van het slachtoffer dat zij naar eigen zeggen geheel arbeidsongeschikt is, kan derhalve niet slagen. Tevens ziet de rechtbank geen aanleiding om een arbeidsdeskundige te benoemen. De vorderingen van het slachtoffer zijn grotendeels afgewezen.

Hoger beroep
In hoger beroep is op verzoek van het slachtoffer een voorlopig deskundigenbericht bevolen. Een arbeidsdeskundige is gevraagd om vast te stellen welke beperkingen er bestaan bij het slachtoffer voor loonvormende arbeid, huishoudelijke werkzaamheden en de zelfwerkzaamheid. Het slachtoffer vordert in hoger beroep het eindvonnis van de rechtbank te vernietigen en Allianz te veroordelen tot betaling van de door haar vanwege het ongeval d.d. 4 september 2003 geleden en nog te lijden schade.

Allianz verweert
In het incidenteel hoger beroep werpt Allianz een bezwaar op tegen het oordeel van de rechtbank. Allianz stelt zich wederom op het standpunt dat het slachtoffer geen blijvende klachten heeft die het gevolg zijn van het ongeval en aan de aansprakelijke partij kunnen worden toegerekend. Allianz herhaalt dat volgens haar geen sprake is van een consistent, consequent en samenhangend klachtenpatroon. Daarnaast wordt volgens Allianz het causaal verband tussen de klachten van het slachtoffer en het ongeval doorbroken op verschillende momenten. Zo voert Allianz bijvoorbeeld aan dat het slachtoffer tot 2005 gewoon taekwondo is blijven beoefenen en de klachten kunnen volgens Allianz worden verklaard door acceptatie- en verwerkingsproblematiek van het slachtoffer. Daarnaast acht Allianz het onredelijk om de klachten “tot in lengte van jaren” aan het ongeval toe te rekenen.

Oordeel van het hof
Het hof neemt, net zoals de rechtbank, tot uitgangspunt dat de gezondheidsklachten het gevolg zijn van het ongeval als een consistent, consequent en samenhangend klachtenpatroon aanwezig is. Bovendien moet komen vast te staan dat de klachten vóór de aanrijding niet bestonden en de klachten op zichzelf door de aanrijding veroorzaakt kunnen worden, terwijl een alternatieve verklaring ontbreekt (Leeuwarden 20 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1661 en 24 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3988, Hof Amsterdam, 20 juli 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2277 en Zwolsche/De Greef, ECLI:NL:HR:2001:AB2054).

Het hof oordeelt dat, in tegenstelling tot wat Allianz stelt, weldegelijk sprake is van een consistent, consequent en samenhangend klachtenpatroon. Uit de medische informatie van het slachtoffer volgt namelijk dat zij regelmatig diverse artsen en een fysiotherapeut heeft bezocht die allen spreken van pijnklachten in de nek/schouderregio, vermoeidheid en hoofdpijn. Tevens rapporteert de verzekeringsarts in zijn rapport uit 2017 dezelfde klachten. Het hof ziet geen enkele reden om te twijfelen aan het bestaan van de gerapporteerde klachten van het slachtoffer. Daarnaast blijkt uit de medische informatie dat de klachten van het slachtoffer vóór het ongeval niet bestonden en dat deze klachten consistent zijn met een ‘Whiplash Associated Disorder’. Deze klachten kunnen door een aanrijding van achteren worden veroorzaakt.

Daarnaast gaat het hof niet mee in het door Allianz gestelde (op enig moment) doorbroken causaal verband. Allianz heeft namelijk op geen enkele wijze voldoende betoogt en/of weersproken dat het causaal verband tussen de klachten van het slachtoffer en het ongeval ontbreekt. Tot slot ligt het naar het oordeel van het hof in de rede om de gezondheidsschade volledig aan het ongeval en aan de aansprakelijke partij toe te rekenen. Het verweer van Allianz dat het onredelijk is, volgt het hof niet.

Conclusie
Het hof komt, net zoals de rechtbank, tot het oordeel dat het ongeval de klachten van het slachtoffer heeft veroorzaakt. Het klachtenpatroon is consistent, consequent en samenhangend en een andere alternatieve verklaring voor de klachten ontbreekt. De klachten van het slachtoffer bestonden vóór het ongeval niet en passen bij een achterop aanrijding. Het hof ziet geen reden om de aansprakelijkheid voor schade in omvang of tijd te beperken.

(Bron: Jeroen Bosch Advocaten)