Hoog-risicohonden; asiels zitten er vol mee. Wat te doen met deze levende vechtmachines? “Het zijn tikkende tijdbommen, die moet je niet willen.

Mevrouw, dat zou ik niet doen”, zegt Sandra ­Vogels van dierenasiel Hokazo in Uden enigszins zorgelijk tegen een mevrouw die haar hand in het hok van een kruising rottweiler-herder steekt. Het beest kijkt angstig vanuit een hoekje naar het bezoek; ieder moment kan het losgaan. “Ze kan toch zien dat die hond dat niet leuk vindt. Sommige mensen hè…”, verzucht ze. Met een ‘o, jammer’ druipt de mevrouw af. De hond komt langzaam tot rust.

Een waarschuwing als deze klinkt regelmatig in het asiel aan de rand van een Udense woonwijk, op dit moment het thuis van een dertigtal katten en zes honden. Vijf van de honden zijn namelijk ‘hoog-risicohonden’: pitbulls, staffords, herders of kruisingen tussen deze rassen. Want grote, stoere spierbonken, dominant en agressief, zijn de vaste klanten van asiels, gedumpt door hun baasjes die ze niet meer aankunnen. Het zijn ook de honden die verreweg het langst op een nieuw baasje wachten – als dat über­haupt komt. Vogels stopt bij een hok in een lege, donkere gang. “Het is eigenlijk het prikkelvrije uurtje nu. Dan sluiten we alle luiken en doen we de lichten uit. Dat is om ze wat rust te geven. Vooral bij dit soort honden is dat erg belangrijk.”

Lees het hele artikel in Trouw.

(Bron: Trouw)