Een 78-jarige vakantieganger uit Zuid-Holland is eerder deze zomer op een recreatiepark in Overijssel slachtoffer geworden van de eikenprocessierups (EPR). Letselschadebureau JBL&G stelt namens hem nu de eigenaar van het park aansprakelijk voor het opgelopen letsel en de verpeste vakantie. Voor zover bekend is het de eerste letselschadezaak rond de rupsen.

Bankje onder de besmette boom afgezet met rood-wit lint

De man zat in juni in ‘t Hooge Holt in Gramsbergen regelmatig op een bankje bij het hertenkampje. Na een paar dagen kreeg hij last van ondraaglijke jeuk en huiduitslag. In de boom pal boven het bankje bleek een nest rupsen te zitten. Hun brandharen dringen huid, ogen en luchtwegen binnen en veroorzaken irritaties, infecties en soms griepverschijnselen. Voor honden kunnen ze levensgevaarlijk zijn, waardoor ook de hond van meneer in dodelijk gevaar heeft verkeerd, volgens het slachtoffer. Hij startte een letselschadezaak tegen het recreatiepark.

Volgens letselschadejurist Frederik Lieben van JBL&G heeft de eigenaar van een eikenboom een onderzoeks- en zorgplicht ten aanzien van de eventuele aanwezigheid van een eikenprocessierupsennest. “Gedurende de warme zomermaanden bestaat er een vergrote kans dat een nest aanwezig is. Bovendien komen oude nesten vaak terug. Een bomeneigenaar doet er verstandig aan regelmatig controles en onderhoudswerkzaamheden uit te voeren aan de boom en zijn omgeving. In dit geval heeft de beheerder zelfs een bank geplaatst onder een eikenboom, wat tot een nog hogere zorgplicht had moeten leiden.”

Een dag nadat de vakantieganger zijn aanvaring met het rupsennest had gemeld, werd het bewuste bankje bij de eikenboom omwikkeld met rood-wit lint, en werden er twee waarschuwingspostertjes opgehangen. Aan het eind van de week werd het gehele bankje toch maar verwijderd. “Te laat en te weinig”, noemt het slachtoffer deze maatregelen: “Het nest is gewoon blijven zitten, dus ook daarna had je nog kans op een niet zo leuke vakantie. Ik vind het onaanvaardbaar alleen maar twee flyers op te hangen, de nesten waren duidelijk zichtbaar en er was een afdoende methode om ze weg te halen: wegzuigen zoals de gemeente dat ook deed buiten het park.”

Recreatiepark ’t Hooge Holt noemt het ‘schoonhouden’ van het park ‘onbegonnen werk’. Het management antwoordt in een briefje: “Wij willen het hiermee niet op u als gast afschuiven, maar men moet zelf ook oplettend zijn in natuurlijke omgevingen voor kwalijke insecten, planten en dieren, zoals ook voor teken, brandnetels, wespen, muggen, mieren, muizen, et cetera.”

Volgens de meest recente aanbevelingen van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit echter, het rapport van het Aanspreekpunt Eikenprocessierups uit 2011, zijn gemeenten, boom- en terreineigenaren, terreinbeheerders en wegbeheerders verplicht de bestrijding van EPR zelf actief ter hand te nemen om schade en dus mogelijke aansprakelijkstelling te voorkomen. “Daarbij hoort ook monitoring van de ontwikkeling van EPR en het waarschuwen voor de aanwezigheid ervan. Een benadeelde kan trachten zijn schade ex artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek, de onrechtmatige daad, te verhalen op de aansprakelijke persoon of rechtspersoon.”

En dat is dus precies wat het letselschadebureau nu gaat proberen. Frederik Lieben: “De gemeente heeft het park ingelicht over de rupsen, ze weten dat er eiken staan waar de rups zich graag in nestelt, en toch hebben ze nagelaten zelf onderzoek te verrichten en de rupsen structureel te bestrijden. In deze zaak zijn zelfs pas maatregelen genomen nadat het gevaar zich al had verwezenlijkt, en pas nadat onze cliënt letselschade had opgelopen.”

Bron: Letselschadebureau JBL&G