De rechtbank Noord-Holland heeft een 38-jarige verdachte veroordeeld tot een celstraf van 4 maanden voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeluk in Wieringerwerf op 26 mei 2020. De verdachte krijgt daarnaast een rijontzegging van twee jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk. Bij het ongeluk zijn twee personen overleden en raakten vijf anderen zwaar gewond.

Ongeluk
De aanrijding vond rond 05:30 uur plaats op de kruising van het Wagenpad met de N240, de Medemblikkerweg. De verdachte reed op het Wagenpad in een busje met acht passagiers en kwam in botsing met een van links komende auto op de Medemblikkerweg, die hij voorrang had moeten verlenen. Als gevolg van het ongeval zijn twee passagiers van het busje overleden en hebben vier inzittenden zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Ook de bestuurder van de personenauto heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Op basis van onderzoek en getuigenverklaringen concludeert de rechtbank dat de verdachte met ongeveer 80 kilometer per uur een voorrangskruising heeft genaderd terwijl daar een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur geldt. Hij heeft geen vaart geminderd, onvoldoende gekeken of de weg vrij was, en is vervolgens in botsing gekomen met een van links komende auto.

Oordeel rechtbank
De rechtbank beoordeelt het rijgedrag van de verdachte als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Door te handelen zoals hij heeft gedaan, heeft de verdachte zich onverantwoordelijk gedragen in het verkeer, met bijzonder ernstige gevolgen voor de inzittenden van de bedrijfsbus en de bestuurder van de personenauto. Het ongeluk had en heeft nog steeds grote impact op de slachtoffers die ernstig gewond zijn geraakt. De nabestaanden van de overleden slachtoffers ondervinden nog dagelijks het enorme gemis van hun dierbare. De rechtbank realiseert zich dat geen enkele op te leggen straf de enorme impact en het gemis van een dierbare kan wegnemen.
De rechtbank acht een minder zware vorm van schuld bewezen dan de officier van justitie had betoogd en vindt een celstraf van 4 maanden op zijn plaats. De rechtbank komt daarmee tot een lagere straf dan de officier van justitie, die 8 maanden gevangenisstraf had geëist.
De vorderingen van de slachtoffers en nabestaanden voor een schadevergoeding verklaart de rechtbank niet-ontvankelijk. Een verzekeringsmaatschappij heeft al een deel van hun schade vergoed, maar het is niet duidelijk geworden hoeveel en aan wie er is uitgekeerd. Een behandeling van de vordering vormt daardoor een onevenredige belasting van dit strafproces. De vorderingen kunnen bij de burgerlijk rechter worden ingediend.