De boete die Chemours van de provincie Zuid-Holland krijgt als het vanaf 1 januari een chemische PFAS-soort blijft lozen, is volgens de rechter terecht. Een dreigende boete voor de uitstoot van een andere stof wordt wel geschrapt. Chemours had bezwaar gemaakt tegen de twee dreigende boetes van de provincie.

De eerste last onder dwangsom is voor het lozen van trifluorazijnzuur (TFA) in het riool. Als de fabriek in Dordrecht vanaf 1 januari nog TFA loost moet het 125.000 euro per overtreding betalen, met een maximum van 1,25 miljoen euro. TFA is een PFAS-soort en wordt door het RIVM geschaard onder de potentieel zeer zorgwekkende stoffen.

Chemours zei in eerste instantie niet te weten dat TFA ontstond tijdens het productieproces. Het zegt er ook niet op te kunnen sturen dat de stof niet ontstaat. Tijdens de zitting gaf Chemours aan dat als het geen TFA meer mag lozen, de fabriek moet worden stilgelegd. De provincie betwijfelde dat, “maar als dat de consequentie is, dan is dat de consequentie”, zei de advocaat van de provincie.

De rechter gaf Chemours in een tweede zaak wel gelijk. Deze zaak ging om de uitstoot van het gas HCFK-22. Dit gas is niet direct schadelijk voor de omgeving, maar is een broeikasgas die de ozonlaag aantast.

In beide uitspraken ging het om een voorlopige voorziening en het kan dus zijn dat de rechter later alsnog anders beslist.