Er bestaat al langere tijd onvrede over de bepaling van immateriële schadevergoeding – ofwel smartengeld – in de rechtspraktijk. Een van de kritiekpunten, onder meer van Slachtofferhulp Nederland, is dat er bij de toekenning van smartengeld door rechters in het strafrecht sprake is van willekeur. Deze kritiek is door wetenschappers van het NSCR onderzocht. Hieruit blijkt dat de immateriële schadevergoeding aan slachtoffers van zedendelicten wel degelijk voorspelbaar is.

De onderzoekers analyseerden openbaar gepubliceerde vonnissen uit 2021 op rechtspraak.nl. Wat was de beslissing van de rechter op de vordering tot schadevergoeding? Hoeveel smartengeld werd er toegewezen? Welke kenmerken had het slachtoffer en wat was de context van het slachtofferschap? Met behulp van statistische analyses voorspelden ze op basis van juridisch relevante variabelen de schadevergoeding.

Hieruit blijkt dat de immateriële schadevergoeding aan slachtoffers van zedendelicten wel degelijk voorspelbaar is. Dit betekent niet dat er geen verschillen zijn in de hoogte van het toegewezen smartengeld in vergelijkbare strafzaken, maar wel dat er over de hele linie niet van willekeur kan worden gesproken.

Lees hier meer informatie.