In een brief aan de Tweede Kamer over de invoering van de Wet uitvoering slachtofferrechten (WUS) heeft minister Weerwind (Rechtsbescherming) vandaag laten weten dat de verschijningsplicht van verdachten niet eerder dan op 1 juli 2024 in werking kan treden. De verschijningsplicht gaat bovendien vooralsnog alleen gelden voor inhoudelijke zittingen en niet voor de uitspraakzittingen.

Lees de brief van de minister aan de Tweede Kamer.

De aanwezigheid van de verdachte bij de behandeling van een strafzaak voor slachtoffers belangrijk zijn, aldus de minister. Slachtoffers die daarvoor kiezen, hebben op die manier namelijk de gelegenheid om bij de uitoefening van hun spreekrecht aan de verdachte te vertellen wat het misdrijf met hen heeft gedaan. Dit kan bijdragen aan het herstel van het slachtoffer en tevens het delictsbesef van verdachte vergroten.

Budgetoverstijging
Inmiddels is uit nadere uitvoeringsanalyses van de betrokken organisaties gebleken dat de verschijningsplicht substantieel meer personele en financiële consequenties heeft. Het gaat om ongeveer 170 extra fte voor politie en de DJI. Het totaal benodigde bedrag van 23,4 mln. euro overstijgt het gestelde budget van 5,1 mln. euro ruim. “Ik heb moeten constateren dat de beschikbare personele en financiële middelen niet in evenwicht zijn met de benodigde middelen,” aldus de minister. “Alles overwegende heb ik daarom besloten over te gaan tot inwerkingtreding van de verschijningsplicht voor de inhoudelijke zittingen. Hiermee is gewaarborgd dat de slachtoffers die daar behoefte aan hebben hun spreekrecht in het bijzijn van de verdachte kunnen uitoefenen.”

Inwerkingtreding
Gezien de krappe arbeidsmarkt en het bestaande personeelstekort waarmee beide organisaties kampen, vergt de werving en opleiding van nieuwe medewerkers voor de begeleiding van de verschijningsplicht meer tijd dan gebruikelijk (negen in plaats van zes maanden). De verschijningsplicht voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaak zal daarom pas op 1 juli 2024 in werking treden.