De zoetstof aspartaam (E951), die onder meer in veel frisdranken, kauwgum, tandpasta, yoghurt en ontbijtgranen wordt gebruikt, is “mogelijk kankerverwekkend voor de mens”. Dat heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bekendgemaakt. Maar de dosis die dagelijks ‘zonder risico’ kan worden genuttigd, blijft ongewijzigd, zegt de WHO.

Twee afdelingen van de WHO hebben zich recent beziggehouden met aspartaam. De ene bekijkt of er aantoonbaar bewijs bestaat dat een stof een mogelijk risico is, de andere beoordeelt bij welke hoeveelheid van die stof in een voedingsproduct er sprake is van een daadwerkelijk gezondheidsrisico.

Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) van de WHO boog zich over de mate waarin aspartaam een gevaar kan zijn. Deskundigen kwamen op 6 en 13 juni bijeen en concludeerden dat de zoetstof “mogelijk kankerverwekkend is voor de mens”. Dat gebeurde nadat in drie onderzoeken ‘beperkte aanwijzingen’ werden gevonden dat aspartaam kan leiden tot kanker bij mensen. Meer specifiek zou het volgens de WHO gaan om een hepatocellulair carcinoom, een vorm van leverkanker.

Veilige limiet
Tegelijk ziet een andere WHO-afdeling, het Voedsel- en Landbouw Organisatiecomité Voedingsadditieven (JECFA), die gaat over de veilige limieten van stoffen die aan voeding worden toegevoegd, geen reden tot bezorgdheid noch om de richtlijnen rond de dagelijkse consumptie van aspartaam aan te passen. De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van aspartaam is vastgesteld op 40 milligram per kilo lichaamsgewicht per dag. Om over die dosis te gaan, zou een volwassen persoon van 70 kilo meer dan veertien blikjes lightfrisdrank met 200 mg aspartaam per dag moeten drinken.